Activiteiten van de dienst Malta Bijstand

Het Albert I en Koningin Elisabeth Instituut
Bij de zwaksten in alle provincies
La Fontaine
Activiteiten voor en door jongeren
Bedevaarten
Schaarbeek: hoofdkwartier van de solidariteit
EHBO-opleidingen bij Malta Bijstand


Het Albert I en Koningin Elisabeth Instituut

Wanneer de ziekte ernstig is en de pijn chronisch... wanneer leven moeilijk wordt en het lichaam niet meer wil volgen... wanneer niemand nog de verantwoordelijkheid kan opnemen om de zieke in zijn afhankelijkheid en zijn lijden te begeleiden... dan kan de zieke een thuis vinden in het Albert I en Koningin Elisabeth Instituut waar hij opgevangen en gerespecteerd wordt ondanks de talloze problemen met de ziekte. Er wordt naar hem geluisterd, hij wordt begrepen, geholpen en men brengt hem soelaas.
Een traditie van menselijkheid

Het instituut zet de traditie van menselijkheid voort van zijn stichters en neemt, met de permanente steun van de Orde van Malta, patiënten op die voortdurende verzorging nodig hebben door ernstige aandoeningen of die op het einde van hun leven nood hebben aan palliatieve verzorging.

… een 160 jaar oude traditie van opvang

Voor de oorsprong van het Albert I en Koningin Elisabeth Instituut moeten we teruggaan naar Frankrijk, waar in 1842 het 'Oeuvre du Calvaire' werd opgericht, waarvan de naam, die zo openlijk verwijst naar het lijden, een teken van die tijd is. Het doel van de organisatie bestond er in om op de eerste plaats zorgbehoevende en ongeneeslijke zieken op te vangen en te verzorgen.

In Brussel opende in 1886 een gelijkaardige opvangorganisatie haar deuren die, op expliciet verzoek van de Koning, de naam Instituut Albert I aannam en later samensmolt met het Instituut Reine Elisabeth.

In 1999 fusioneerde bracht het Instituut, waaraan Koning Albert II en Koningin Paola op hun beurt hun Hoge Bescherming hebben verleend, met de Cliniques Universitaires Saint-Luc in Sint-Lambrechts-Woluwe. In juni 2003 werden de activiteiten overgebracht naar een locatie naast het academisch ziekenhuis, waar een gloednieuwe ziekenhuiseenheid met 68 bedden in gebruik werd genomen die beantwoorden aan de meest geavanceerde technieken op het vlak van comfort. De eenheid zal bestaan uit drie diensten voor respectievelijk geriatrische ziekten (28 bedden), revalidatie (28 bedden) en palliatieve zorg (12 bedden).

… een traditie die in 2003 werd aangepast en versterkt

Met deze nieuwe model-entiteit heeft het Instituut zich dan ook aangepast aan de vereisten van onze tijd, en beschikt het over een ultramoderne infrastructuur om op een gepaste manier een maximale steun te verlenen aan alle zieken en hun gezin, zonder dat daarbij de oorspronkelijke geest verloren gaat.

Deze nieuwe bloei van het Instituut is het resultaat van de enorme inspanningen van een comité waarin de afgevaardigden van Saint-Luc, het Oeuvre du Calvaire en de Orde van Malta evenredig vertegenwoordigd zijn. Zo zet de Orde haar missie van opvang, begeleiding en opvolging van de zieken onverminderd voort.*

Deze missie wordt toevertrouwd aan een team van dertig vrijwilligers die voor een dagelijkse aanwezigheid bij de zieken zorgen, ook tijdens de weekends en de vakantieperiodes. En die aanwezigheid vertaalt zich in duizend-en-één kleine dingen die weer een beetje licht brengen in het leven van de zieken, voor wie de liefde en het respect die hen zo betoond worden, ontzettend veel betekenen.

Professor de Barsy, kunt u ons omschrijven op welke manier en met welke ingesteldheid de medische teams, het verplegend personeel en de vrijwilligers te werk gaan binnen een ziekenhuis als het Albert I en Koningin Elisabeth Instituut, en dan met name wat betreft de palliatieve verzorging?


Voor palliatieve zorgverlening is heel veel aandacht nodig, aandacht voor de zieke, voor het hele wezen van de patiënt. Hierbij moeten we opmerken dat het woord 'palliatief' afkomstig is van het Latijnse 'pallium', wat 'mantel' betekent. Het Latijnse werkwoord palliare betekent 'bedekken met een mantel'. Het gaat er dus om de zieke te beschermen, te omringen en in zekere zin ook onder de geborgenheid van een mantel te plaatsen. Het is in die geest dat de zieken hulp wordt geboden: door hen datgene te geven wat in elke familie wordt gedaan voor de dierbaren. Dit kan gerealiseerd worden door rond hen een diepmenselijke sfeer van geborgenheid en sereniteit te creëren gekoppeld aan een multidisciplinaire aanpak en een grote professionele competentie.

Hoe draagt de Orde van Malta bij aan die telkens weer delicate begeleiding?

Onze vrijwilligers, die een opleiding palliatieve zorgverlening gevolgd hebben, zetten zich in voor mensen die door het lijden echt geknakt zijn. Ze geven alles wat ze hebben, in de geest van de Orde van Malta en de stichters van het Oeuvre du Calvaire. Hiervoor werken ze samen met bewonderenswaardige medische teams en zorgverstrekkers binnen een uiterst gespecialiseerde organisatie en in een kader dat, heel binnenkort, echt een antwoord zal kunnen bieden voor die o zo menselijke boodschap vervat in het devies van het Instituut: bijstand verlenen op elk moment van het leven.

Wat de ethische problemen betreft die inherent zijn aan de palliatieve zorgverlening, is de kwestie van euthanasie wellicht het meest delicaat.

Het mag duidelijk zijn dat we met onze mening op het vlak van euthanasie lijnrecht tegenover de huidige wetgeving staan. Wanneer een dergelijke vraag zich voordoet, moet altijd naar de achterliggende oorzaak worden gezocht. Het is zo dat in 97% van de gevallen de vraagstelling verdwijnt tijdens de analyse die samen met de patiënt wordt gemaakt. Heel vaak wordt zo'n vraag ingegeven door pijn, eenzaamheid, moedeloosheid, depressie, ontreddering, de angst voor het lijden en de angst om bepaalde problemen niet langer de baas te kunnen. Wanneer men in alle oprechtheid en met grote empathie voor de zieke ingaat op deze angsten, zal het verlangen naar euthanasie in het merendeel van de gevallen veel minder sterk worden. De begeleiding van de zieken en van hun familie is bijzonder sterk gebaseerd op de christelijke waarden, die op deze momenten volledig tot hun recht komen. De zieken zullen zich slechts uitspreken wanneer ze voelen dat ze begrepen worden en dat er naar hen wordt geluisterd. Daarna hangt het van hun luciditeit en maturiteit af of de vrijwilligers de spirituele dimensie kunnen aansnijden...

En de familie van de zieke?

Ook de familie is in zekere zin patiënt: ze lijdt mee en moet afwachten. De familie is niet in staat om iets te doen en ziet zo af samen met de zieke. De vrijwilligers hebben dus ook een luisterend oor voor de familieleden. Er wordt met hen gepraat om hen gerust te stellen, om hun pijn te verlichten en eventuele conflicten te beslechten. De dialoog met de familie verloopt dan ook op dezelfde manier als met de zieke zelf: op een oprechte en diepmenselijke manier.

De vrijwilligers dragen met andere woorden een zeer grote verantwoordelijkheid...

Inderdaad. Dat is zo, maar de vrijwilliger fungeert enkel als begeleider en niet als zorgverstrekker. Uiteraard leven ze mee met de duur van het lijden, maar hun prioriteit bestaat er niet in zorg te verstrekken. Het is hun taak om te zorgen voor begeleiding, en dat zowel bij revaliderende of ernstig zieken als bij palliatieve patiënten. Het woord 'pallium' vormt dan ook een goede omschrijving voor hen.

Het Albert I en Koningin Elisabeth Instituut
Bij de zwaksten in alle provincies
La Fontaine
Activiteiten voor en door jongeren
Bedevaarten
Schaarbeek: hoofdkwartier van de solidariteit
EHBO-opleidingen bij Malta Bijstand